ADHD is geen hersenspinsel
ADHD zit in onze genen

Dat AD(H)D geen verzinsel is, weet jij vast ook. Echter, voor degenen die net als ik weleens belaagd worden door mensen die zeggen: “ADHD is flauwekul, iedereen vergeet weleens wat”, heb ik baanbrekend onderzoek gevonden. Onderzoek waarmee objectief wordt aangetoond dat AD(H)D wel degelijk écht is. Het zit namelijk in onze genen.

Dat blijkt uit grootschalig internationaal onderzoek

Het Radboudumc – dat al eerder interessant onderzoek publiceerde over ADHD – heeft in een internationaal team samengewerkt aan een onderzoek onder wel liefst 55.000 mensen. Van deze 55.000 mensen hebben 20.000 ADHD. De overige 35.000 is ADHD-loos en vormt de controlegroep waarmee de ADHD’ers zijn vergeleken.

Onder hen hebben ze bijzonder onderzoek uitgevoerd met een bijzondere naam. Genoomonderzoek, zo heet het. Dit houdt in dat ze van het hele lichaam hebben gekeken hoe de cellen genetisch zijn opgebouwd. En ze hebben dus een vergelijking gemaakt tussen de celopbouw van de ADHD-groep en de ADHD-loze-groep. Gelukkig hebben ze dit niet voor niets gedaan.

Er zijn 12 genen gevonden

Het onderzoek heeft wel tientallen jaren geduurd, maar dan heb je ook wat. Er zijn 12 genen gelokaliseerd ofwel variaties van genen, die – wanneer je ze bezit – het risico vergroten dat je AD(H)D ontwikkelt.

De genen zijn belangrijk voor het ontstaan van ADHD

Je raadt het zeker al: die gebieden waar die genen zich bevinden, zitten voornamelijk in de hersenen, want daar gaat het bij ADHD’ers vaak mis, in de zin dat hun hersenen anders werken dan bij mensen zonder ADHD. Dan nóg een – vermoedelijk voor jou niet heel verrassende – vondst: sommige van die genen zijn belangrijk voor de communicatie tussen hersencellen en andere voor cognitieve functies zoals leren.

Dit onderzoek bewijst wat we al wisten: ADHD bestaat

Het onderzoek is wat mij betreft niet zozeer baanbrekend in de zin dat er heel opvallende resultaten zijn uitgekomen, maar meer in de zin dat een grootschalig internationaal onderzoek heeft plaatsgevonden dat bevestigt wat we in feite al weten. ADHD bestaat. Net zoals we weten dat het drinken van water gezond is, mits je er niet té veel van drinkt 😉.

Zo zal je evenmin van je stoel vallen van het onderzoeksresultaat dat bepaalde van die genetische varianten van invloed zijn op aandacht en concentratie – die bij ons AD(H)D’ers wat minder is – en op activiteit – die bij ADHD’ers wat hyper is.

De onderzoekers noemen het risicogenen: hoe meer je ervan hebt, des te groter is de kans dat je ADHD ontwikkelt. Denk jij nu: “Ik zal ze wel alle twaalf hebben”? Nou, zet je dan maar schrap, want het ligt in de lijn der verwachting dat er nog veel meer genen zijn die van invloed zijn op het ontstaan van ADHD. Dat belooft nog wat. Ik blijf het onderzoek in ieder geval op de voet volgen. Beloofd.

Die 12 genen beïnvloeden de leerprestaties van ADHD’ers

Wat ze trouwens ook nog hebben gedaan, die onderzoekers, nu ze toch bezig waren, is dat ze hebben gekeken of die 12 genenvariaties invloed hebben op het ontstaan van andere aandoeningen. En jawel hoor, als je die genen bezit, kan ik je feliciteren met een grotere kans dat je minder goed presteert in het onderwijs en op leertaken. Ik heb dat zelf een beetje weten te verbloemen door mijn creativiteitsgenen, want die zullen waarschijnlijk evenzo wel bestaan, lijkt me. Tot die conclusie kom ik ten minste, wanneer ik om me heen kijk naar de creativiteit die vele ADHD’ers tentoonspreiden. En dat is maar goed ook, op die manier kunnen we onze matige concentratie om de tuin leiden.

Gelukkig zijn wij ADHD’ers creatief

Ik ben wel benieuwd of ze in vervolgonderzoek eveneens genen of genenvariaties gaan vinden die een verhoogde creativiteit veroorzaken. Die creativiteitsgenen zouden kunnen verklaren waarom mijn jongste dochter – waarvan ik vermoed dat ze ADHD heeft – zomaar ineens aan me vraagt: “Wat is een mislukte appelflap?”. Tevens zouden ze kunnen verklaren ze dat – wanneer ik het antwoord natúúrlijk niet weet – mijn dochter zegt: “Een appelFLOP “. Heeft ze deze creativiteit uit de Donald Duck of zit het in haar genen? Google is in ieder geval niet bekend met appelflop, wat me enigszins verbaast, want appelflip en appelflip-flop kent Google wel.

Maar goed, als moeder die trots is op haar – bij tijd en wijle ietwat geflipte – oogappel, geloof ik natuurlijk in het bestaan van een creativiteitsgen. Want mijn (oog)appel van een dochter valt niet ver van de boom, zo blijkt maar weer uit dit actuele onderzoek 😉.

Bronnen:

Radboudumc (november 2018)

Nature Genetics (2018)

Laat je reactie achter (* je e-mailadres wordt NIET gepubliceerd) en ontvang nieuwe inzichten over ad(h)d, burn-out en depressie

avatar