De kunst van het loslaten
Mijn wereld stond op zijn kop

Bij de yoga afgelopen week, heb ik op mijn hoofd gestaan. Ik kan het alleen maar geloven omdat een collega-yogi – die ik niet eens ken – spontaan een foto van me had gemaakt. Ik weet wat ik voelde toen onze yogadocent bij aanvang van de les vertelde dat we de kopstand zouden gaan doen: ANGST. Dat ik zou omvallen en mezelf zou bezeren. Vanzelfsprekend op de allerergste manier. Want van een schrammetje ben ik niet bang.

Ze bouwde het allemaal rustig op, mijn yogadocent. Hoe ik mijn armen moest houden en mijn handen. Mijn rug, buik en benen. En niet te vergeten: mijn hoofd. Natuurlijk stond ze er zelf pal naast toen ik op haar commando mijn benen in de lucht zwiepte om in de Sirsasana te komen, zoals deze houding in Sanskriet heet. Aan de andere kant van mij zag ik de armen van een sterke man. Het ging erg goed. Ik stond heel krachtig en zag de wereld ondersteboven. Wat zeg je? Wil je een foto? Van de sterke man? Oké, vooruit. Ik heb om privacy-redenen bij hem alleen zijn armen erop gelaten en bij mezelf mijn hoofd eraf gefotoshopt.

Je ziet, ik word stevig vastgehouden. De juf en sterke man hadden me waarschijnlijk kunnen loslaten. Ze deden hiertoe diverse voorzichtige pogingen. Echter, toen ik de greep van de sterke man iets teveel voelde verslappen, was het enige wat ik kon uitbrengen: “Niet loslaten!” Ik was namelijk nog steeds bang. Terwijl het supergoed ging. Dat klopt niet hè. Daar wil ik wat mee doen.

Ik ga mijn angst loslaten

Nadat ik uit de houding was gekomen, de geweldige foto had gezien en weer – gewoon op twee voeten – naar huis liep, kreeg ik een bevrijdend inzicht: “Als ik mijn angst loslaat, zijn er kansen te over.” Want als ik op mijn kop kan staan wanneer ik mijn angst laat gaan, dan kan ik vast nog veel meer. Dingen die minder eng zijn en minder grote gevolgen hebben als ze onverhoopt misgaan.

Als ik mijn angst loslaat kan ik bijvoorbeeld lol maken met mijn kinderen zónder me zorgen te maken over de volgende woedeaanval van mijn middelste ADD-dochter. Zónder me druk te maken over de volgende narrige brutale opmerking van mijn oudste puberella. Zónder me dik te maken over de volgende keer dat mijn jongste weer eens in het grote niets verdwijnt terwijl zij écht het spelletje – waarbij we zoveel lol hadden – zou opruimen. Loslaten dus.

Tijd voor het grote-loslaat-experiment. Ik mag me gelukkig prijzen dat zich in mijn leven ruimschoots situaties voordoen waarin ik het loslaten kan oefenen. Zo heb ik bijvoorbeeld specifieke angst met betrekking tot mijn kinderen. Ben ik bang dat ik niet goed genoeg ben als moeder. Terwijl ik mijn uiterste best doe voor ze. En mijn huidige situatie niet de meest rooskleurige is.

Ik laat mijn angst los dat ik niet goed voor mijn kinderen zorg

Door mijn burn-out krijg ik mijn huishouden maar niet op orde, laat staan dat ik drie levenslustige pittige jongedames kan begeleiden in hun prille pubertijd. Om meer ruimte te krijgen voor mijn kinderen, ben ik sinds augustus vorig jaar bezig met het regelen van hulp in de huishouding via de WMO, wat staat voor Wet Maatschappelijke Ondersteuning.

Mijn inspanningen leverde op dat ik – na VIJF maanden – een uitstekende hulp kreeg. Ik was net wat aan haar gewend toen ik mijn blijdschap uitte aan mijn stabiele vriendin die me geholpen had bij de WMO-aanvraag. Alsof ze het voelde, kwam prompt de keer erop mijn hulp niet opdagen. De reden was simpel. Ze moest taken doen waar zéker vier uur voor nodig is: voor een heel gezin wassen, koken en het huis schoonmaken. Haar werkgever gaf haar slechts drie uur. Het gevolg was dat ze zich rot rende in mijn huis. Ik moest haar steeds afremmen. Zei ik haar dat ik zo blij met haar was en dat ik dat ook zou zijn als ze wat rustiger aan deed. Bood ik haar wat te drinken aan zodat ze even bijkwam. Ruimde ik onder haar protest toch de overal verspreide schoonmaakspullen op omdat ze anders te laat zou komen bij haar volgende cliënt en dan mocht ze niet meer bij me terugkomen van haar werkgever.

Maar het baatte niet. Ze is weg. Ze heeft me losgelaten. Ik neem het haar niet kwalijk want ze was hard bezig overspannen te worden en dat gun ik haar niet. In plaats daarvan gun haar het allerbeste. Net zoals ik mezelf en mijn kinderen het allerbeste gun.

Daarom stel ik prioriteiten

Mijn prioriteiten zijn als volgt: aandacht voor mezelf en mijn kinderen. Het huishouden komt wel weer een keer.

Na twee weken hulp(e)loos geweest te zijn, kwam er een nieuwe hulp. Gezien mijn burn-out en het feit dat ik een kind heb met astma waardoor het belangrijk is dat het huis goed stofvrij is, is bij het intakegesprek met de zorgverlener en de gemeente afgesproken dat ik een ervaren hulp krijg. Aldus geschiedde. Volgens de zorgverlener althans die van mening is dat mijn nieuwe hulp ondanks haar leeftijd (18) erg ervaren is. Daarmee ben ik het helaas niet eens. Mijn ervaring is dat ze een schat van een meid is. Ze kookt heerlijk waarvoor ik haar heb gecomplimenteerd.

Alleen snapt ze (nog) niet dat als je een was in de wasmachine doet, je die na verloop van tijd ook weer uit de wasmachine moet halen omdat het anders erg gaat rieken. Dat je vervolgens die was in de droger kunt doen zodat er ruimte vrijkomt in de wasmachine om een tweede was te draaien die vervolgens dient te worden opgehangen, omdat ik elke keer niet één maar twee wassen heb.

En ze begrijpt ook niet dat een afwasmachine weliswaar goed vettigheid van de schaaltjes en borden verwijdert, maar geen groenteresten weet af te voeren. Die verspreiden zich namelijk over de hele vaatwasser waardoor deze na drie keer wassen nog steeds een vuile vaat oplevert. Aangezien ze paprika had gesneden – in snipperkleine stukjes want ze had hiervoor mijn nieuwe zeer ADD-proof hakmolen gebruikt – was mijn hele vaat rood bespikkeld. Je bent goed bij de les vandaag, het was inderdaad een rode paprika :-). En hoewel ik het haar duidelijk heb uitgelegd, kan ze nog steeds niet mijn wc vinden. Die me nu elke dag vies aankijkt als ik hem doortrek.

Ondanks dat ik nog vele voorbeelden heb, krijg je ter afsluiting van dit onderwerp drie foto’s van wat ik in mijn douche aantrof na haar vertrek. Daarna laat ik deze hulp los net als het hele huishouden, ik doe gewoon net alsof ik die overvolle wasmand niet zie en die tjokvolle vuilnisbak laat ik ook in de kou staan. Wat ik daarentegen zal doen, is me richten op wat goed gaat.

En ik kijk naar wat ik wel kan

Ik kan door mijn burn-out weliswaar (nog) niet mijn huis schoonmaken, maar ik kan wel Ik kan schrijven. Om mijn emoties te verwerken. En ik kan het verwerken in een blog. Die jij nu aan het lezen bent, wat ik echt tof vind. Daarnaast kan ik het opmerken wanneer mijn kinderen niet lekker in hun vel zitten. Dan kan ik naar ze luisteren en ze helpen dit rottige gevoel om te zetten in iets positiefs.

Tevens kan ik meer en meer mijn grenzen aanvoelen en ernaar handelen. Zo werd zojuist op de deur geklopt terwijl ik geen bezoek verwacht. Dus heb ik niet opengedaan. En ik kan prioriteiten stellen. Want vanmorgen opende ik wél de deur voor de postbezorger die biologische runderbotten kwam afleveren voor mijn binnenkort te brouwen bottenbouillon.

Eveneens heb ik mijn grenzen aangegeven naar de zorgverlener onder verwijzing naar de eerder gemaakte afspraken dat ik een ervaren hulp zou krijgen. Ondanks dat zij haar wel erg ervaren vinden, gaan ze speciaal voor mij op zoek naar een andere hulp. Dat ze mijn ‘viezigheid-in-de-douche-foto’s’ negeren, laat ik los. Misschien zien zij – net als jij – ook liever een foto van een sterke man. Wat ik heel goed snap, want naast wat ik hier allemaal al schreef over wat ik wél kan, kan ik me ook nog eens erg goed inleven in een ander :-).

Laat je reactie achter (* je e-mailadres wordt NIET gepubliceerd) en ontvang nieuwe inzichten over ad(h)d, burn-out en depressie

avatar