Ik doe ertoe (weet ik nu)
Veel mensen met ADD ontwikkelen een negatief zelfbeeld

Zo ook ik. Onlangs verwoordde ik hem. De gedachte over mezelf die ik mijn hele leven al met me meedraag. Eerst onbewust, toen bewust en nu komt ie af en toe nog bij me buurten totdat ik hem resoluut verjaag. De gedachte is: “Ik doe er niet toe.”  Ksssst, en weg is ie weer, deze destructieve gedachte. Maar ik pak hem even beet, want ik wil hem graag met je analyseren. Misschien heb jij ook wel een soortgelijke gedachte. En dan kunnen we die ook meteen voorgoed doen verdwijnen. Hoop ik.

Hoe mijn negatieve zelfbeeld ontstond

Toen ik opgroeide merkte ik al snel dat mijn belangrijkste behoeften niet vervuld werden. Ik had behoefte aan knuffelen, lieve woorden, luisterende oren, tijd voor een goed gesprek over wat me dwars zat, advies over hoe ik het kon oplossen, dat soort dingen. Dingen die ik niet kreeg. Terwijl ze niets kosten. Ze zijn gratis en voor nix te verkrijgen en weg te geven. Dus, trok ik, toen nog onbewust, de voor mij enig mogelijke conclusie: “Ik doe er niet toe.” Want anders had ik die dingen wel gekregen. Ik ademde in en uit, tussen mijn hyperventilatie door, want daar had ik veel last van als kind. En ik leefde verder en over.

De negatieve gedachte leidde tot gedrag

Want als ik er niet toe doe, dan moet ik wel heel hard mijn best doen om nog een beetje gezien te worden. Dus ging ik erg mijn best doen. Bang als ik was om afgewezen te worden, maakte ik het de ander zo goed mogelijk naar zijn zin. En het werkte. Vaak. En als het niet werkte, dan maakte ik mezelf onzichtbaar. Dat was ook een perfecte manier om niet afgewezen te worden, want als je me niet ziet, dan kan ik ook niets fout doen. Ook dat werkte. Niemand hoefte te weten hoe ik me echt van binnen voelde, want dat was toch totaal onbelangrijk voor een ander. En ik overleefde verder.

Ik sla gemakshalve een stuk over. Ga lekker direct door naar mijn huwelijk. Een periode vol pleasegedrag. Kwam goed uit voor mijn – inmiddels – ex-man en zijn narcistische trekken. Daarmee druk ik me heel keurig en netjes uit. En ik maakte me ook prachtig onzichtbaar. Het werkte wederom. Een hele lange tijd. Zestien lange jaren. Totdat ik niets meer voelde. Ik was leeg. Dat was heel jammer, want zó onbelangrijk was ik nu ook weer niet. Ik besefte dat ik er voor hém niet toe deed. En dat ik zo niet oud wilde worden. Ik besloot te scheiden. De kutste periode in mijn leven ooit. Maar wat nóg erger was. Ik zakte weg in een diepe put. Van totale uitPUTting die burn-out heet. En dat was niet leuk. Zeg ik het wéér heel netjes. Kut was passender geweest.

Wat nog kutter was, was dat mijn – inmiddels – ex-werkgever mijn behoeften niet zag. Mijn behoeften waren: rust, rust en nog eens rust. Maar aangezien ik er niet toe deed voor mijn werkgever, want de wet Poortwachter was véél belangrijker, werd ik de hele tijd onder druk gezet om dingen te doen. Dingen waartoe ik totaal niet in staat was. Maar die ik zo goed mogelijk deed, want hé, ik maakte mijn behoeften wel onzichtbaar en pleasde ploeterend voort. Totdat ik verder wegzakte en besefte: “Ik ben niet belangrijk voor mijn – niet eens sexy – werkgever, maar ik ben het wel voor mijzelf”. En voor mijn kinderen. En waarschijnlijk voor nog wel een handje vol anderen. Daarom nam ik een rigoureuze beslissing.

Ik veranderde mijn gedachte

En besloot ertoe te doen. Ik nam ontslag. Om aan mijn herstel te werken. En goed voor mezelf te zorgen. Zoals het hoort. Want ik doe ertoe. Ik ben namelijk erg positief, zorgzaam, creatief, intelligent en anders dan anders. Ook luister ik écht naar je. En als ik dat niet doe, dan is dat alleen maar omdat ik even ben afgeleid. Maar ik doe wel mijn best 😉

Laat je reactie achter (* je e-mailadres wordt NIET gepubliceerd) en ontvang nieuwe inzichten over ad(h)d, burn-out en depressie

avatar